Kunnen en willen we meer ruimte maken voor dieren?

Prachtig, een hert of wild zwijn tegenkomen in de natuur. Maar dat kan slechts op enkele plekken in Nederland. Kunnen en willen we meer ruimte maken voor dieren? En wat zijn daarvan de gevolgen? Natuurmonumenten is heel benieuwd wat mensen daarvan vinden.

Vul de enquête in

Meer herten en zwijnen

Door het verbinden en vergroten van natuurgebieden is de laatste tien jaar het aantal herten en wilde zwijnen in Nederland toegenomen. Natuurmonumenten vindt dit een positieve ontwikkeling. We willen dat wilde dieren in Nederland meer de ruimte krijgen. Dit draagt bij aan hun natuurlijke gedrag en er valt voor mensen meer te beleven.

Voor groot en klein is het vaak een geweldige ervaring om edelherten, damherten, reeën of wilde zwijnen in het wild te zien. Het is een belevenis om burlende herten te horen. Ze zijn de kroon op het werk van natuurbeheerders, de trots van de boswachters: natuurgebieden zijn zo draagkrachtig dat ze hele kuddes van voedsel kunnen voorzien.

Schade

Maar de belangen rondom dieren in het wild kunnen botsen. Natuurmonumenten werkt met veel partijen samen zoals boeren, omwonenden en overheden en is voor goed nabuurschap. Daarom vraagt de vereniging in een vroeg stadium aandacht voor het voorkomen of beperken van schade bij derden aan de randen van onze natuurgebieden. Voor voorbeelden van schade zijn:

  • Schade in de landbouw door vraat aan gewassen, omwoeling of vertrapping.
  • Verkeersongevallen door aanrijdingen.
  • Tuinen van bewoners of grasvelden van campings worden overhoop gehaald.
  • Vraatschade aan jonge bomen in de houtteelt door herten.
  • Risico’s met dierziekten.
Ingrijpen

Als het aantal hoefdieren voor een bepaald gebied te groot dreigt te worden, als ze mensen in gevaar brengen in het verkeer, als ze schade aanbrengen aan bijvoorbeeld gewassen en tuinen, of als een dier uitzichtloos lijdt, grijpt Natuurmonumenten in. Afschieten van dieren is daarbij de laatste optie. Natuurmonumenten heeft speciale boswachters die dit op zich nemen. Zij kennen het terrein en het gedrag van de dieren als geen ander.

Niet bijvoeren

Natuurmonumenten vindt dat dieren zo natuurlijk mogelijk mogen leven, zonder bemoeienis van mensen. Ze wil dat wilde dieren de ruimte krijgen en dat ze zelf kunnen bepalen waar ze leven. En dat er voldoende eten, rust en water voor dieren is en ze niet onnodig lijden.

Mensen hebben ook een zogeheten 'afblijfplicht'; mensen dienen zich in onze ogen zo min mogelijk te bemoeien met dieren in het wild, want dat tast het natuurlijke evenwicht aan. Daarom voert Natuurmonumenten in de winter niet bij, wat overigens op dit moment ook verboden is.

Ook de kadavers van dieren blijven liggen vanwege het belang voor de natuur. Natuurmonumenten wil daarnaast ervaring opdoen of het wild benut kan worden voor de consumptie en start daarom binnenkort een proef met de verkoop van vlees van wild.